Jump to Navigation

Nazorg allogene stamceltransplantatie

Auteur: Juleon Coenen, Sacha Zeerleder, Ellen Meijer

 

Inhoud

 

Nazorg na allogene SCT, het 1ste jaar

Hematologie en chemie
Hb, Leuko, Trombo, Neutrofielen, Kreat, Bili, ALAT, LDH

  • bij MA conditionering week 1 t/m 3 op ma/wo/vrij; daarna bij elk polibezoek
  • bij NMA/RIC conditionering bij elk polibezoek

CMV en EBV PCR
Kijk in de transplantatiebrief of monitoring nodig is; indien ja:

1 x per week tot dag +90 vervolgens bij elk polibezoek tot immuunsuppressiva zijn afgebouwd;

  • na CBT, ATG of andere vorm van T-cel depletie wordt minimaal tot dag +180 gemonitored, vanaf dag +90 bij elke policontrole;
  • bij behandeling met steroiden 2 mg/kg/dag: 2 x per week; zie ook match protocol mn voor uitzonderingen

Ciclosporinespiegel    

  • bij MA conditionering week 1 t/m 3: 2 x per week, daarna wekelijks tot dag +90 vervolgens bij elk polibezoek. Zodra gestart wordt met afbouwen niet meer meten
  • bij NMA conditionering 1 x per week tot dag +90 vervolgens bij elk polibezoek. Zodra gestart wordt met afbouwen niet meer meten
  • bij gebruik van ciclosporine in combinatie met posttransplantatie cyclofosfamide bij een HLA identieke donor 1 x per week tot dag +70

Chimerisme
Analyse in perifeer bloed;  op indicatie in beenmerg

  • bij MA conditionering: eenmalig ter bevestiging engraftment. Daarna op indicatie
  • bij NMA conditionering: 1e controle na 1 maand, vervolgens maandelijks tot 2 x > 95% donor. Daarna op indicatie

Longfunctie

  • Gebruik piekflowmeter voor wekelijkse zelfevaluatie; bij daling in de piekflow (>10%) contact behandelend hematoloog en spirometrie longfunctieafdeling
  • Spirometrie 1ste 2 jaar a 4 maanden spirometrie en 1x/jaar DLCO; indien nieuwe obstructie: reversibiliteit, bodybox en DLCO

Bij afwijkingen: verwijzing naar longarts voor aanvullend onderzoek:

  • HRCT met in- en expiratiecoupes
  • Bronchoscopie met bronchusspoelsel (bij verdenking BOS: banaal, respiratoir viruspakket, bij andere longpathologie uitbreiden afhankelijk van differentiaal diagnose)
Responsevaluatie
Eenmalig op 3 maanden; daarna op indicatie
(Afhankelijk van de onderliggende ziekte worden de daartoe geëigende onderzoeksmethoden gehanteerd)

 

Nazorg na allogene stamceltransplantatie, vanaf 1 jaar
Patiënten die allogeen getransplanteerd zijn dienen “levenslang” onder controle te blijven met, naast aandacht voor hun ziekte, aandacht voor de late gevolgen van de behandeling.
Indien de situatie rustig is kan volstaan worden met een jaarlijkse controle.

Late complicaties bij deze groep patiënten zijn meestal het gevolg van een combinatie van risicofactoren: uitgebreide chemotherapie, bestralingen, langdurige immuunsuppressie, langdurig corticosteroïdgebruik, langdurige ontstekingsverschijnselen door GvHD etc. Ook gewone verschijnselen en kwalen passend bij veroudering treden bij deze patiënten vaak eerder op. Daarnaast hebben de ziekte en de intensieve behandelingen en gevolgen daarvan vaak een grote impact op het psychosociale functioneren van patiënten.

De controles richten zich op een drietal zaken: controle wat betreft de ziekte en eventueel recidief; controle gericht op directe gevolgen van de behandelingen; controle die erop is gericht zo optimaal mogelijke omstandigheden te creëren met betrekking tot de gezondheid. Tot die laatste behoren bijvoorbeeld de bloeddruk, lipiden en glucosecontroles.

Roken dient de gehele groep ten strengste ontraden te worden, gezien de negatieve gevolgen van deze gewoonte voor nagenoeg alle aspecten van de gezondheid.

Naast eventueel persisterende cGvHD heeft deze groep patiënten een duidelijk verhoogd risico op:

Osteoporose; controle met botdensitometrie en eventuele behandeling met bisfosfonaten, calcium en vitamine D
IJzerstapeling; eventueel behandeling met aderlatingen tot ferritine onder de boven grens van de normaalwaarden
Respiratoire problemen; bij klachten laagdrempelig longfunctie testen en eventueel verwijzen longarts. Ontraadt roken.
Endocriene dysfunctie; eventueel suppletie. Denk in elk geval aan testes, ovariae en schildklier.
Hart- en Vaatziekten; toepassingen van gewone controles zoals ook toegepast bij diabetes en hypertensiepatiënten. Behandeling van diabetes en hypertensie. Ontraadt roken.
Maligniteiten; er is een verhoogd risico op een scala aan secundaire maligniteiten; met name aandacht voor mammae (zeker na hoge dosis TBI), voor hart en longen na bestraling van thorax of mediastinum en voor de mondholte na cGvHD. Ontraadt roken.
Oogproblemen; radiatiecataract, secundair glaucoom en siccaverschijnselen.
Gebitsproblemen; met name na cGvHD mondholte; zowel tandproblemen als gingiva/slijmvliesproblemen. Ontraadt roken.
Malabsorptie.
Psychosociale problemen, problemen met sexualiteit.

Controle 1 jaar na transplantatie:

Botdensitometrie
Actie: Indien normaal geen verdere controle. Indien osteopenie/osteoporose: behandelen met  bisfosfonaten, calcium en vitamine D gedurende 5 jaar, controle botdensitometrie na 2 en 5 jaar.

Testosteron (’s ochtends afnemen)
Bij mannen die een myeloablatieve conditionering hebben ondergaan of een hoge dosis TBI hebben gekregen of bij mannen met klachten. Indien afwijkend na 1 maand herhalen. Indien niet afwijkend alleen controle bij klachten.
Actie: Indien < 8 nmol/L suppleren.

FSH, LH en oestradiol, bij vrouwen
Actie: indien < 50 jaar en post-menopauzaal: suppleer tot 50e levensjaar met 2e generatie anti-conceptie preparaat of bv tibolon 2,5 mg 1 dd 1.
Ferritine, eventueel ijzerverzadiging
(IJzerstapeling kan eventueel vanaf een half jaar na transplantatie onderzocht worden).
Actie: bij ijzerstapeling start aderlaten tot ferritine onder de bovengrens van normaalwaarden

Longfunctie

  • Gebruik piekflowmeter voor wekelijkse zelfevaluatie; bij daling in de piekflow (>10%) contact behandelend hematoloog en spirometrie longfunctieafdeling. 
  • Spirometrie 1ste 2 jaar a 4 maanden spirometrie en 1x/jaar DLCO; indien nieuwe obstructie: reversibiliteit, bodybox en DLCO.
  • Spirometrie 3, 4 en 5e jaar a 6 maanden
    Bij afwijkingen: verwijzing naar longarts voor aanvullend onderzoek:
  • HRCT met in- en expiratiecoupes
  • Bronchoscopie met bronchusspoelsel (bij verdenking BOS: banaal, respiratoir viruspakket, bij andere longpathologie uitbreiden afhankelijk van differentiaal diagnose)

Controle vanaf 1 jaar na transplantatie, jaarlijks:

Anamnese
Actie: let op klachten die kunnen wijzen op persisterende cGvHD, secundaire maligniteiten, malabsorptie, psychosociale problemen, sexuele problemen etc.
Lichamelijk onderzoek
In elk geval gewicht en bloeddrukmeting.
Actie: Indien RR verhoogd herhalen of 24-uurs RR-meting. Hypertensie behandelen met streefwaarde < 140/90 mmHg.

Laboratoriumonderzoek

  • Volledig bloedbeeld: Hb, trombocyten en leukocyten + differentiatie
  • Lipidenspectrum: cholesterol, HDL, LDL, ratio en TG (nuchter afnemen). Actie: indien verhoogd eventueel behandelen met dieetadvies en statine. Houdt rekening met andere risicofactoren, waarbij de chemotherapie/transplantatie even zwaar gewogen worden als bv. roken.
  • Na, K, kreatinine. Actie: indien verslechtering nierfunctie eventueel nadere diagnostiek, aandacht voor medicatie en andere risicofactoren.
  • Glucose. Actie: indien verhoogd nuchter herhalen + HbA1c. Diabetes laagdrempelig behandelen.
  • FT4, TSH (alleen na hoge dosis TBI). Actie: eventuele hypothyreoïdie suppleren.

Vanaf 5 jaar na transplantatie:

Rokers: 1x per 2 jaar X-thorax
Na bestraling thorax of mediastinum (bv in het behandeltraject van een Hodgkin lymfoom) of hoge dosis TBI: 1x per 2 jaar X-thorax

Screening op mammacarcinoom: bij vrouwen die hoge dosis TBI of RT thorax/mediastinum  hebben ondergaan op een leeftijd < 40 jaar; te beginnen 8 jaar na de alloSCT/RT (tussen dag 7 en 14 vanaf eerste dag van de laatste menstruatie -ELM-) volgens onderstaand schema:

Leeftijd - Onderzoek
25-60:  Jaarlijks klinisch borstonderzoek en MRI
30-60:  Jaarlijks mammografie
60-70:  Twee-jaarlijks mammografie  via Bevolkings Onderzoek Borstkanker (BOB)  en klinisch borstonderzoek
70-75:  Twee-jaarlijks mammografie via het BOB

 

MATCH-LTF-017 versie 1
Geldig 11 juli 2016

 

Wijziging 12 juni2017: gelijk trekken van MATCH protocollen

Gewijzigd:

bij ijzerstapeling start aderlaten tot ferritine < 200

Spirometrie 1ste 2 jaar a 3 mnd spirometrie

naar

bij ijzerstapeling start aderlaten tot ferritine onder de bovengrens van normaalwaarden

Spirometrie 1ste 2 jaar a 4 mnd spirometrie

 

 

                                                               

 

 

Onder beheer van afdeling: 
Hematologen