Jump to Navigation

Donor screening West Nile- Chagas - Q koorts

Auteur: C. Huisman

Conform de eisen van FACT-JACIE Standards 5th Edition dient te worden onderzocht of potentiële hematopoietische voorlopercel (HPC) donoren besmet kunnen zijn met het West Nile virus (WMV) of Trypanosoma cruzi (M. Chagas).
Daarnaast geldt dat in Nederland besmetting met Coxiella burnetii (Q-koorts) kan optreden.
Deze 3 ziektes zijn bloedoverdraagbaar.

Overleg met Prof. H.L. Zaaijer, hoogleraar bloedoverdraagbare ziektes, heeft tot onderstaande informatie en adviezen geleid.

Hierbij geldt: indien een donor tot een mogelijke risicogroep behoort (zie onder), kan zonodig de reisanamnese worden voorgelegd aan de secretaris van de WOBI (Werkgroep Opdoemende Bloedoverdraagbare Infecties): wobi@sanquin.nl.

West Nile virus

Achtergrond:

WNV infectie wordt overgedragen door besmette muggen en verloopt meestal asymptomatisch (80%), geeft koorts (20%) of leidt tot een meningo-encephalitis (0,5). Incubatietijd: 3-12 dagen. Chronische asymptomatische WNV infectie (dragerschap) komt voor zover bekend niet voor.

Risicogroep:

Personen die korter dan 3 maanden voor HPC donatie verbleven in een gebied met West Nile koorts.

Overdracht van WNV vindt momenteel (anno 2011) plaats in Canada, USA, Griekenland (vaste land), Hongarije, Israel, Italië (Emilia-Romagna, Veneto en Lombardije), Roemenië, Rusland (Zuidelijk Federaal District, Federaal District Noordelijke Kaukasus en regio Oblast Voronezj), Macedonië; Albanië en sinds kort ook in Turkije.

In de praktijk moet tijdelijke uitsluiting bij elk verblijf buiten de Benelux en Scandinavie overwogen worden.

Daarmee wordt ook het risico van transmissie van geïmporteerd dengue virus en geïmporteerd Chikungunya virus uitgesloten. (Het gebied waar men dengue of chikungunya op kan lopen beslaat inmiddels het grootste deel van de wereld buiten de EU).

Actie arts hematologie:

Zonodig afstemming met secretaris van de WOBI of donor inderdaad recent in een risico gebied is geweest. Zo ja, test op het WNV (PCR-test in het Erasmus MC).

Indien de donor positief is voor het WNV, dient bij voorkeur een alternatieve donor te worden gekozen, danwel een uitsluitingsperiode van 60 dagen na het verlaten van het gebied of 120 dagen na klinisch herstel te worden gehanteerd.
Als dit ernstige gevolgen heeft voor de betreffende patiënt, kan in onderling overleg besloten worden de donor wel te accepteren.

Actie stamcellaboratorium:

Indien een met het WNV besmet persoon toch HPC donor is, wordt gewerkt volgens de richtlijn zoals die ook geldt voor bv met hepatitis B of C besmette personen. Indien het HPC produkt wordt opgeslagen, gebeurt dit in quarantaine.

 

M. Chagas

Achtergrond:

M. Chagas wordt veroorzaakt door infectie met Trypanozoma cruzi, overgedragen door besmette muggen. De acute fase kent een incubatietijd van 5-14 dagen en bestaat meestal uit een griepachtig ziektebeeld met lymfadenopathie. Complicaties zijn myositis, meningo-encephalitis, megacolon en mega-oesofagus. Een doorgemaakte T. cruzi infectie leidt tot dragerschap, dat in tweederde van de gevallen asymptomatisch verloopt. Ongeveer 7% van de bevolking in Zuid-Amerika is besmet.

Risicogroep:

Elke persoon die afkomstig is uit Zuid- of Centraal America, inclusief Mexico. Nadrukkelijk dus ook Suriname maar waarschijnlijk niet de Nederlandse Antillen.
Elke persoon geboren uit een moeder die uit een van deze landen afkomstig is.
Elke persoon die > 6 maanden (cumulatief) gereisd of gewoond heeft in een van deze landen.

Actie arts hematologie:

Indien de donor tot een risicogroep behoort, test op antistoffen via de parasitoloog.

Indien de donor positief is voor Chagas, dient bij voorkeur een alternatieve donor te worden gekozen.
Als dit ernstige gevolgen heeft voor de betreffende patiënt, kan in onderling overleg besloten worden de donor wel te accepteren.

Actie stamcellaboratorium:

Indien een met het T.cruzi besmet persoon toch HPC donor is, wordt gewerkt volgens de richtlijn zoals die ook geldt voor bv met hepatitis B of C besmette personen. Indien het HPC produkt wordt opgeslagen, gebeurt dit in quarantaine.

 

Q-koorts

Achtergrond:

Q-koorts wordt veroorzaakt door Coxiella burnetii. Geiten en schapen zijn de belangrijkste besmettingsbron. In 2007 tot en met 2010 zijn in delen van Nederland verheffingen van Q-koorts geweest, daarna niet meer. Omdat sporen vanuit de grond nog langdurig ingeademd kunnen worden, gelden de uitbraakgebieden waarschijnlijk nog enige jaren als risicogebieden.
De incubatieperiode varieert van 2 tot 48 dagen. Coxiella-infectie verloopt in minstens 60% van de patiënten asymptomatisch. De overige 40% krijgt verschijnselen die variëren van een milde griepachtige ziekte tot een ziekte met een ernstig beloop (2-5%). Chronische Q- koorts ontwikkelt zich bij 1-3% van de blootgstelde personen en kent endocarditis als belangrijkste manifestatie.

Risicogroep:

  1. Volgens de meest recente inzichten (rapport gezondheidsraad 2011) dienen alle Nederlandse stamceldonoren serologisch getest te worden op Coxiella.
  2. Bij een nieuwe uitbraak: elke persoon uit een gebied met een actuele uitbraak. Deze personen kunnen een recente Coxiella-infektie hebben.

Actie arts hematologie:

  1. Alle donoren: test op IgG fase 2 antistoffen (Elisa, door Sanquin)
  2. Bij actuele uitbraak: test op Coxiella-DNA (PCR, door Sanquin of Jeroen Bosch Ziekenhuis) en op IgG fase 2 antistoffen (Elisa; Sanquin) via de microbioloog.

Als de donor positief is voor Q-koorts (type A of B), dient bij voorkeur een alternatieve donor te worden gekozen. Als dit ernstige gevolgen heeft voor de betreffende patiënt, kan in onderling overleg besloten worden de donor wel te accepteren. In die situatie kan overwogen worden de donor te behandelen en in elk geval de patient vanaf 2 dagen voor ontvangst van het HPC produkt te behandelen. Met de microbioloog dient overlegd te worden over monitoring van de patient posttransplantatie (bv de eerste 3 maanden a 1 week).

Behandeling van een donor: doxycycline 1 dd 200 mg gedurende 14 dagen. Behandeling van een patiënt: doxycycline 1 dd 200 mg gedurende 21 dagen. Tweede keus (goed alternatief) zijn chinolonen: moxifloxacine 1 dd 400 mg, ciprofloxacin 2 dd 750 mg of levofloxacin 1 dd 750 mg gedurende 21 dagen.

Actie stamcellaboratorium:

Indien een met het Qkoorts besmet persoon toch HPC donor is, wordt gewerkt volgens de richtlijn zoals die ook geldt voor met hepatitis B of C besmette personen. Indien het HPC produkt wordt opgeslagen, gebeurt dit in quarantaine.

Actie arts hematologie:

  1. Alle donoren: test op IgG fase 2 antistoffen (Elisa, door Sanquin)
  2. Bij actuele uitbraak: test op Coxiella-DNA (PCR, door Sanquin of Jeroen Bosch Ziekenhuis) behoort, test op Q-koorts via de viroloog (Elisa; Sanquin).

Volgens de meest recente inzichten (rapport gezondheidsraad 2011) dienen alle Nederlandse stamceldoren serologisch getest te worden op Coxiella.Elke persoon die sinds 2007 woont of gewoond heeft in de provincies Noord-Brabant en Limburg, het gebied rond de gemeente Houten en Zuid-Gelderland. Deze personen kunnen een chronische Coxiella-infektie hebben.

  1. Bij een nieuwe uitbraak: elke persoon uit een gebied met een actuele uitbraak. Deze personen kunnen een recente Coxiella-infektie hebben.

Actie arts hematologie:

Indien de donor tot bovenstaande risicogroep:

  1. Test op IgG fase 1 antistoffen (Elisa, door Sanquin)
  2. Test op Coxiella-DNA (PCR, door Sanquin of Jeroen Bosch Ziekenhuis) behoort, test op Q-koorts via de viroloog (Elisa; Sanquin).

Als de donor positief is voor Q-koorts (type A of B), dient bij voorkeur een alternatieve donor te worden gekozen. Als dit ernstige gevolgen heeft voor de betreffende patiënt, kan in onderling overleg besloten worden de donor wel te accepteren. In die situatie kan overwogen worden de donor te behandelen en in elk geval de patient vanaf 2 dagen voor ontvangst van het HPC produkt te behandelen. Met de viroloog dient overlegd te worden of monitoring van de patient posttransplantatie uitvoerbaar is (bv de eerste 3 maanden a 1 week).

Behandeling van een donor: doxycycline 1 dd 200 mg gedurende 14 dagen. Behandeling van een patiënt: doxycycline 1 dd 200 mg gedurende 21 dagen. Tweede keus (goed alternatief) zijn chinolonen: moxifloxacine 1 dd 400 mg, ciprofloxacin 2 dd 750 mg of levofloxacin 1 dd 750 mg gedurende 21 dagen.

Actie stamcellaboratorium:

Indien een met het Qkoorts besmet persoon toch HPC donor is, wordt gewerkt volgens de richtlijn zoals die ook geldt voor met hepatitis B of C besmette personen. Indien het HPC produkt wordt opgeslagen, gebeurt dit in quarantaine.

 

JHM-DKC-BL01 versie 2
Geldig 5 maart 2012